Romans - Pianomuziek in de regen Anjet Daanje
het weer eens had opgegeven dat je, om je op hem te wreken, weigerde verder te werken. De misvatting was natuurlijk dat het Tom niet veel deed of het project afkwam of niet. De wraak was niet effectief, je deed er alleen jezelf verdriet mee.
Soms vernielden jullie een paar weken werk door tijdens een ruzie alles kapot te gooien, of de papieren te verscheuren. En dan zei je tegen mij dat je Tom haatte, hem nooit meer wilde zien. Dat je nooit meer met hem samen wilde werken. Je zou er nooit meer intrappen.
Maar enkele dagen later waren we alles weer vergeten. We herinnerden ons alleen nog de leuke kanten van het project. Jij geloofde dat Tom dit keer zo enthousiast was dat hij tot het einde toe zou meewerken. En hij dacht niet na over de afloop. Hij beloofde je van alles. Natuurlijk zou hij je helpen en hard werken. Hij had je toch nooit in de steek gelaten. En de vorige keer dan, drie dagen geleden? Nee, dat kwam doordat dat een zinloos project was geweest. Je kon toch niet van hem verwachten dat hij zich inzette voor iets volkomen nutteloos.
Bovendien had hij het te druk gehad met vergaderen op school. Hij kon het met zeer veel overtuiging brengen. Op dat moment geloofde hij er ook zelf in.
Zo stortten we ons keer op keer, vol goede voornemens en grootse plannen, op een volgend project. Jullie konden er niet buiten. Ik ook niet.
Ik droeg meestal niet veel bijzonders bij. Maar ik had toch het idee dat ik erbij hoorde. Ik zag hoe de plannen ontstonden, hielp jullie zo goed als ik kon. Ik deelde jullie teleurstelling om een mislukking, jullie trots als het doel was bereikt. De projecten waren ook van mij.
Mijn leven bestond uit creativiteit, ongelofelijke resultaten. Het leek alsof ik keer op keer iets zou bereiken.
Dat is misschien waarom ik nu geloof dat ik ben mislukt. Ik stel te hoge eisen aan mezelf doordat ik jullie als voorbeeld heb genomen. Ik hoef toch niet zo te zijn als jullie vroeger waren. Ik hoef niet alles te kunnen, een beetje is genoeg. Maar het wil niet tot me doordringen.
II-9 II-10