Verhalen - De weg naar het stadspark Anjet Daanje
keukendeur kon niet meer open vanwege het ruimtegebrek, en ze stond alsmaar naar binnen te loeren als ik aan mijn bureau zat te werken. Ja, dat was een rare droom. Wat zou het betekenen, Youka, als je over koeien droomt? Geloof je dat ik gek ben?
Dat vroeg Solveig wel vaker, en altijd antwoordde Youka dat ze natuurlijk niet gek was. Ze studeerde toch wiskunde, ze kon toch een normaal gesprek met de caissière in de supermarkt voeren, ze kon toch een band plakken, een kaartje kopen, een boek lezen. Je bent pas gek als iedereen het in een oogopslag aan je ziet. En ondanks het feit dat je soms de meest krankzinnige nonsens uitkraamt, Solveig, en ondanks het ontroerende feit dat je me soms aan een verregende hazewind doet denken, lang, mager, alles even spits, tragikomisch, zodat ik zelfs om je moet lachen als je mij iets heel pijnlijks wilt vertellen, ondanks dat ben je heel normaal.
© Anjet Daanje, 1995 
III-5 III-6