Verhalen - Boodschappen in vuil Anjet Daanje
gezellige groepjes op de stoep voor hun huis. Het gebeurt gedachteloos, een handeling die ze iedere week tussen het opstaan en het naar hun werk gaan, of voor het slapen gaan, verrichten. Ze verspillen er geen woorden aan. Ze hechten er geen enkele betekenis aan. Erger nog, ze vergeten het bestaan van hun vuilnis. Naïef geloven ze dat een leeg blikje eenvoudig verdwijnt als ze het in de vuilnisemmer gooien. Indien men hen zou dwingen na te denken over de weg die hun vuilnis aflegt, zullen ze het gehoorzaam over ‘vuilnisman’, ‘stortplaats’ en ‘verbrandingsoven’ hebben. Zelden zullen ze echter iemand zoals ik vermelden.

De procedure
Ik houd mij bezig met wat wij op de milieudienst vroegertjes noemen. Tijdens de nacht voorafgaand aan de ophaaldag, rijd ik tussen elf en drie met een collega door de oranje verlichte stad op zoek naar vuilniszakken die te vroeg zijn neergezet. Zien wij zo'n donkergrijze zak in overtreding, dan stoppen
wij de auto en stappen wij uit. Ik met een prikstok en plastic handschoenen, mijn collega met een bonboekje, een pen en een lantaarn.
© Anjet Daanje, 1998 
III-9 III-10