Romans - Het lied van ooievaar en dromedaris Anjet Daanje
Filmpje van het slaan, en het automatisch opwinden en gelijkzetten van het torenuurwerk in Middelstum
Filmpje, met daarin uitleg, over het torenuurwerk in de Hooglandse Kerk in Leiden
Filmpje van de hal met werkende stoom-aangedreven weefgetouwen, Queen Street Mill Textile Museum, Harle Syke, Burnley, Lancashire
Filmpje over de telefooncentrale in Enfield, in de 1960's
———
Fragment (blz 9-11)
Susan Knowles-Chester (1788-1851)

12 december 1847 is de dag die Susan Knowles’ leven bepaalt, ze is dan al tegen de zestig, en vier jaar later sterft ze. In de loop van haar leven zijn er vele dagen waarnaar ze uitkijkt, die zich van tevoren, en ook terwijl ze zich voordoen, met betekenis vullen, en die achteraf hun belofte niet waar blijken te kunnen maken. Maar toen nu die genoemde twaalfde december aanbrak, in het jaar
onzes Heren 1847, scheen hij als alle andere winterse dagen te zijn, beginnend in duisternis, eindigend in duisternis, en koud, er staat een noordenwind die korrelige sneeuw op zijn adem meevoert, de straten van Bridge Fowling kleuren huiverig wit in de schemering. Slechts kort verraden Susans voetafdrukken waar ze is gegaan, rechtsaf Church Street in, steil omhoog langs het kerkhof, en tegen de tijd dat ze stilletjes achterom het plaatsje van de pastorie op loopt, kan niemand meer uit haar sporen opmaken naar welke arme ziel de afgezant van de Dood zich heeft gehaast.
De dorpelingen verafschuwen haar werk, waar ze gaat drijft verdriet als wrakhout in haar kielzog, toch als het zover is, roepen velen haar hulp in, het is een publiek geheim. Zoals ze allemaal weten dat de meesten, zelfs de gelovigsten onder hen, niet heengaan zonder angst of lichamelijke vernederingen, maar ieder de mond vol heeft van hoe kalm de gestorvene zich bij Gods wil heeft neergelegd, hoe vredig, hoe troostend het was, zo
II-211 II-212